Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie Melding niet meer tonen

BLOG: Vrouwen in de kunst

8 maart: Internationale Vrouwendag

Wat precies de rol was van vrouwen in de tijd dat de mens nog in grotten leefde, is onbekend. De grotschilderingen waren vaak op de jacht gericht, een zuiver mannelijke aangelegenheid. Toch komen er ook wel typisch vrouwelijke taferelen voor, zoals bevallingen. Ook zijn er handafdrukken van vrouwen aangetroffen bij vele grotschilderingen uit die tijd.

In de antieke tijd verwezen Homerus en Cicero naar dichteressen en musici, die in de vroeg-Westerse culturen geleefd hebben. Plinius de Oude (23-79 v.C.) noemde zelfs enkele Griekse schilderessen bij naam: Timarete, Eirene, Kalypso, Aristarete, Iaia, Olympias. Van hun werk is helaas niets overgebleven. In het Griekse theater was de rol van de vrouw nihil: het was ze niet toegestaan om actrice te zijn. Daarom werden alle vrouwenrollen gespeeld door mannen.

Vrouwen in de vroege Middeleeuwen deden wanneer ze uit de aristocratische of de geestelijke klasse kwamen meestal handwerk. In nonnenkloosters verluchtigden ze manuscripten. Adellijke vrouwen brachten hun tijd door met borduren en het bewerken van textiel. Ook dit soort werk is vaak anoniem gebleven.
Na de twaalfde eeuw kwam de stad in opkomst als economische macht. Er werd meer gehandeld en er werden universiteiten opgericht. In Vlaanderen en Noord-Frankrijk mochten vrouwen deel uitmaken van een gilde. Het belang van externe ateliers, waar vrouwen werkten in de vervaardiging van borduurwerk en illuminatie van manuscripten, werd groter.

De opkomst van de druktechniek in de vijftiende eeuw veranderde veel voor de illuminatiekunsten. Maar de Renaissance en het daaruit voortvloeiend Humanisme bracht weer andere mogelijkheden. In het theater van de Renaissance kregen vrouwen, met name in Engeland, vanwege een teruggrijpen naar de Antieken niet de kans om zich te laten zien. Vrouwelijke schilders en beeldhouwers konden echter net als hun mannelijke collega’s naam te maken met hun werk. De concurrentie van de mannen was wel oneerlijk, doordat vrouwen meestal niet konden reizen en dus hun werk elders konden laten zien. Bovendien was het moeilijk om het vak te leren wanneer ze niet toevallig uit een rijke of artistieke familie kwamen. Om op de kunstacademies, die eind zestiende eeuw al op grote schaal opgericht werden, te kunnen studeren was erg moeilijk. Het dwong vrouwen er meestal toe zich in de ‘mindere’ genres (stillevens, portretten, e.d.) te bekwamen. De schilderes Artemisa Gentilechi (1593-1652) was de eerste vrouw die uitgenodigd werd om te studeren aan een academie.

Tegen de tweede helft van de achttiende eeuw had de Academie in Parijs 450 leden, waarvan slechts vijftien vrouwen. Daarvan waren de meesten echtgenotes of dochters van mannelijke leden. Omdat er op de academies mannelijke naaktmodellen werden gebruikt, werden vrouwen ook vanwege zedelijke kwesties steeds meer geweerd. Vanaf 1791 werd het wel voor vrouwen mogelijk om in Parijs deel te nemen aan de jaarlijkse Salon en daar hun werk te exposeren. Ook hadden vrouwen kansen als leerlingen van beroemde kunstenaars.

De vrouw is door de eeuwen heen wel vaak het ónderwerp in de schilderkunst. Daarvan zijn de voorbeelden talloos, met als meest bekende natuurlijk de Mona Lisa (1503-1506, Leonardo da Vinci).



Publicatie datum: 8 maart 2016Bron: Wikipedia
sluiten